Stress en Stresshantering

Dit artikel verscheen in De natuur uw arts no. 220 augustus 2012 en in een andere versie in het vakblad van de VNT (Vereniging van natuurkundig therapeuten) 1995

Stress en Stresshantering

Stress, een Engelse term uit de fysica, die druk, spanning, veerkracht betekent, is een proces dat vele individuele variaties kent. Het gaat gepaard met psycho-fysiologische spanning of angstige onrust als gevolg van allerlei factoren zoals bestaansonzekerheid, anticipatie op een onprettige gebeurtenis of onvermogen om een stressor het hoofd te bieden. Een stressor is een omstandigheid, die een fysieke of mentale belasting of bedreiging vormt voor het individu en tot stress leidt. Maar het gaat hierbij niet om de objectieve eigenschappen van de stress-veroorzakende situatie, maar vooral hoe deze geïnterpreteerd worden en of men de vaardigheden bezit om deze situatie het hoofd te bieden (de coping-skills). Wat bij de één stress veroorzaakt, hoeft dat bij een ander helemaal niet te veroorzaken en is dus afhankelijk van de veerkracht van de persoon.
Er zijn natuurlijk gebeurtenissen, die onvermijdelijk stress veroorzaken, denk aan het overlijden van kind of partner, ongeval of ziekte, scheiding, gevangenschap of oorlogssituaties. Maar ook een verhuizing en de daarmee gepaard gaande verandering van werk en school kan vooral voor kinderen stressvol zijn. Het gaat bij deze voorbeelden allemaal om emotionele stress en niet het gevolg van te druk of teveel werk waar het dikwijls mee wordt geassocieerd; het werkwoord stressen refereert hieraan. Dit laatste kan meestal met een rustperiode worden hersteld, maar bij emotionele stress ligt dat veel gecompliceerder. Dan speelt een belangrijke rol hoeveel van bovengenoemde situaties zich voordoen en in welk tijdsbestek, oftewel de verhouding tussen draagkracht en draaglast. Deze kunnen we ons voorstellen als een weegschaal met op de ene schaal de draagkracht (coping skills) en op de andere de draaglast. Afgezien daarvan is de beslissende factor uiteindelijk hoe iemand de problemen interpreteert en er mee omgaat en vervolgens verwerkt.
Wat de interpretatie betreft heeft de Amerikaanse psychotherapeut Ellis, uitvinder van de RET (rationeel emotieve therapie) een model opgesteld dat er als volgt uitziet. Er komt informatie binnen vanuit de omgeving, daar heb je een gedachte over (een interpretatie van die informatie) en uit die gedachte volgt een bepaald gedrag.
Ellis zegt dat als het gedrag niet bevalt of niet oplevert wat we wensen, we de gedachte moeten veranderen. Alhoewel dat m.i. een te simpele voorstelling van zaken is, is het toch de moeite waard hier naar te kijken. Hij heeft namelijk ook ontdekt dat in stressveroorzakende gedachten vaak het woord 'moeten' zit. “Ik moet aardig gevonden worden, ik moet de beste zijn, ik moet geen fouten maken, dit moet lukken, ik moet dit dan en dan afhebben, ik moet de gedachte veranderen.” Herkent u al iets?
Kort samengevat een aantal stressoren liggen in de omgeving, de situatie waarin de persoon zich bevindt, en moeten daar opgelost worden. Ik denk hierbij b.v. aan huisvesting, werk en geld. Andere stressoren zitten tussen de oren en/of hebben te maken met eerder genoemde coping skills. Deze op hun beurt hebben weer te maken met de bagage die iemand vanuit zijn jeugd en opvoeding heeft meegekregen.
Deze bagage kan komen uit vorige levens, maar vooral uit de baarmoedertijd, de geboorte en vroege jeugd. Het kind heeft dan namelijk nog geen ik-besef en vormt een symbiose met de moeder, dus alles wat de moeder emotioneel ervaart komt rechtstreeks bij de embryo of baby binnen. Kinderen zijn net sponsjes die de sfeer en de emoties uit de directe omgeving opzuigen. Zijn deze ervaringen traumatisch dan is iemand daar op latere leeftijd veel gevoeliger voor en heeft ook minder draagkracht.

Om de invloed van stress op het lichaam beter te begrijpen zal ik in het kort uitleggen hoe stress neurologisch gezien werkt.
De hersenen bevatten novelty detectors oftewel nieuwigheidsaftasters die de binnengekomen informatie aftasten op de 4 O's
1. Onbekendheid, onverwachtheid, onvoorspelbaarheid.
2. Onveiligheid, bedreiging van de bestaanszekerheid
3. Onderbreking, veel veranderingen.
4. Onvermogen, inadequate reacties.
Deze oriëntatiereactie streeft naar orde en signaleert datgene wat die orde bedreigt. Blijkt dit het geval te zijn dan treedt de zgn. vecht-/vluchtreactie in werking, een heel basale reactie stammend uit de oertijd, waar het om te overleven van belang was snel te reageren op gevaar. Dit alles gaat gepaard met het afgeven van boodschappermoleculen, de hormonen, waarvan adrenaline de bekendste is. Organen reageren op deze boodschappen wat o.a merkbaar is aan het sneller kloppen van het hart, het versnellen van de ademhaling, het aanspannen van de spieren, het bleek of rood worden van de huid, de pupillen die zich verwijden etc. Bovendien treden er zgn. methabole effecten op zoals toename van glucose en vetzuren in het bloed. Verder scheidt de hypofyse het ACTH-hormoon af in de bloedbaan, wat op zijn beurt weer de bijnierschors stimuleert tot het produceren van glucticoïden zoals cortisol. Er worden koolhydraatreserves opgebouwd via eiwitafbraak wat het gevoel van ziek zijn vermindert en er ontstaat een gevoel van euforie onder invloed van endorfinen.
U zult begrijpen dat dit zeer veel van het lichaam vergt en deze vecht-/vluchtreactie is dan ook slechts bedoeld om snel en adequaat te reageren op gevaar. Duurt deze reactie langer of treedt zij meerdere malen per dag op, dan treedt de weerstandsfase en later de uitputtingsfase in.
De benodigde energie wordt uiteindelijk onttrokken aan het afweer- of immuunsysteem met als gevolg dat men vatbaarder wordt voor virussen en infecties. Jammer genoeg komen mensen pas met de uit dit proces voortkomende klachten naar een dokter of therapeut als ze al in de weerstands- of uitputtingsfase zitten.
Uit de weerstandsfase kan o.a geïrriteerdheid, nerveus gedrag, lichte duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid, nekpijn, onderrugpijn en een toenemend gebruik van middelen voortkomen.
Ook neemt vaak de faalangst en het aantal conflicten toe.
In de uitputtingsfase ziet men o.a. blijvend verhoogde bloeddruk; verhoogde cholesterolspiegel, maagzweren, hartinfarct.
De werkprestaties nemen af en vervroegde veroudering treedt in, vaak gepaard gaande met depressies, apathie etc.

Hoe kan men nu eerder ingrijpen?
Als de hypothalamus het sympathische deel van het onwillekeurig zenuwstelsel activeert, is het 'onwillekeurig' d.w.z. niet meer aan de wil gehoorzamend. Vanaf dat moment kan men eigenlijk alleen nog maar afwachten tot het lichaam de orde herstelt of ingrijpen van buiten af met medicijnen bijvoorbeeld.
Maar met de adrenaline die de spieractiviteit moet verhogen om te vluchten of te vechten kan men wel iets. Als men zich bijvoorbeeld in een file zit op te winden of heel kwaad wordt op een leidinggevende en dit niet kan uiten, dan is het wel belangrijk om dit bij thuiskomst zo snel mogelijk te ontladen. Vindt dus zo gauw mogelijk een gezonde uitlaatklep voor deze adrenaline.: schreeuwen, sporten of andere lichamelijke of creatieve activiteiten.
Verder treedt er een blokkering van de alphagolven in de hersenen op. Samen met tethagolven zijn deze ‘hersengolflengten’ actief tijdens slaap, meditatie of creatieve bezigheden.
Door deze blokkering kan men zich niet meer ontspannen. Het is dus van belang om door ademhalingtechnieken en ontspanningsoefeningen of meditatie deze alphagolven weer te activeren. Hierdoor komt men tot innerlijke rust wat weer leidt tot gezondere gedachtepatronen en een betere lichamelijke conditie. Na consequente oefening zal dit betere coping-skills opleveren om de in deze samenleving soms bijna onvermijdelijke stress het hoofd te bieden.
In mijn boek ‘ De weg naar binnen’ staan veel oefeningen uit allerlei verschillende stromingen om tot ontspanning te komen, maar dat niet alleen. Een heel hoofdstuk is gewijd aan het denken en hoe dit te stoppen of positief te beïnvloeden, want dit gaat vooraf aan zelfhypnose en meditatie.
Ook herhalende negatieve of dwangmatige gedachten en ‘rampscenario’s’ blijken namelijk een stressreactie teweeg te brengen. Moeders die de meest vreselijke ongelukken voor hun kind vrezen komen niet alleen zelf in de stress, maar brengen dit ook over op het kind
En een kind kan meestal niet vechten of te vluchten, maar ‘bevriest’. Wat er dan gebeurt is goed te zien op het nieuws als er iets verschrikkelijks (een bomaanslag) of iets onverwachts (een aardbeving of tsunami) heeft plaatsgevonden. De ogen van de slachtoffers zijn wijd opengesperd, er is een bleke, verstarde gelaatsuitdrukking en het lichaam is bevroren: het slachtoffer is in shock. Ook de emoties en het trauma worden bevroren, het beeld wordt a.h.w. stilgezet.
Mocht blijken dat de emotionele shock is bevroren in het verleden dan kan dit boek alleen helpen om rust te brengen en de moed om als volwassene terug te gaan naar de traumatische ervaring. Want als de stress niet voortkomt uit een recente situatie dan is de meest efficiënte manier om terug te gaan naar de eerste stressoren, de vroege jeugd, gepest op school, het verlies van belangrijke mensen op jonge leeftijd enz.
Dan kan regressietherapie en/of lichaamswerk helpen om de emoties alsnog te verwerken, de conclusies over zichzelf, het leven en de medemens te herzien en de levensfilm weer te laten draaien.